Uitleg van genoemde termen: Analoog selectief oproepsysteem: Dit is een systeem voor het individueel of groep oproepen van zowel portofoons of mobilofoons die in dezelfde groep geprogrammeerd staan. Dit systeem is gebaseerd op audiotonen in het spraakgebied en zullen in nagenoeg alle programmeringen hoorbaar zijn. (enkele Kenwood types kunnen met dit systeem geprogrammeerd worden zonder dat deze oproepcodes hoorbaar zijn voor de gebruikers) Sub-audio: Dit is een systeem om een portofoongroep af te sluiten tegen externe gebruikers. Andere gebruikers op dezelfde frequentie kunnen uw portofoonverkeer wel horen, maar u zult enkel uw eigen mensen horen op uw apparatuur. Dit systeem is er zowel in een analoge en digitale vorm en is gebaseerd op audiotonen buiten het spraakgebied en zal dus niet hoorbaar zijn voor uw gebruikers. (analoog en digitaal is niet uitwisselbaar!) Audio expansie: Dit is een audiobewerking die aan de zender- en ontvangstzijde uitgevoerd kan worden om de audiokwaliteit over uw radioverbinding optimaal te houden. VOX-functie: Dit is een alternatief voor de Push To Talk (zendtoets), waarbij de zender automatisch (hands-free) inschakelt indien er door de microfoon gesproken wordt. Voor deze functie zijn er ook audio-accessoires beschikbaar zonder zendtoets in de bekabeling. Alleen-werker: Dit is een veiligheidsoptie voor gebruikers met een veiligheidsrisico zoals beveiligingsmensen die alleen op survaillance gaan. Bij dit systeem krijgt de gebruiker om de bepaalde tijd een herinneringstoon om een status te melden naar een centraal punt. Indien deze status niet verzonden wordt kan de portofoon/mobilofoon een noodoproep doen. (deze optie staat bij beveiligingsmensen beter bekend als: de “uurmelding”) Fluistermode: Deze mode is inschakelbaar in situaties waarbij normaal spraakvolume niet gewenst is. Na inschakeling zal het microfoonvolume zodanig aanpassen dat fluisteren een normaal spraakvolume genereert bij andere gebruikers. Kanaal scanfunctie: Deze functie is programmeerbaar om al uw frequenties, of een gedeelte ervan te kunnen scannen op spraak of oproepen. Optionboards: Dit zijn modules die in de portofoon, of mobilofoon geplaatst kunnen worden voor het verwerven van extra functies. Hieronder staan de beschikbare modules beschreven: • audio-opname module voor uitzenden van vooraf ingesproken berichten bij bijvoorbeeld noodoproepen, of audioweergave na ontvangen van een oproep • coderings printje voor audioversleuteling • smarttrunk II printje voor gebruik in portofoonnetwerken met beperkte trunkingfuncties. Namen en statuslijst: Deze lijsten kunnen een beknopte tekst bevatten die gekozen kan worden voor het oproepen van contactpersonen, of het verzenden van statussen. Deze lijsten worden ook gecontroleerd bij het ontvangen van een oproep, of status waarna een refererende tekst in het display zal verschijnen. Traxys-netwerk: Dit is een trunking netwerk van KPN-telecom waarin elke gebruiker 1 of meerdere vloten (gebruikersgroepen) kan hebben die via het netwerk een van een regionale, duo-regionale of landelijke dekking kunnen genieten en optioneel gekoppeld kunnen worden aan het telefoonnetwerk. Via dit netwerk is het ook mogelijk om status en korte data-berichten (vorm van sms) te verzenden die zelfs in het netwerk gebufferd worden indien de gebruiker niet direct bereikbaar is. Conventionele kanalen: Dit zijn niet-trunking kanalen gelegen in het standaard VHF, of UHF gebied en separaat aangevraagd dienen te worden via het Agentschap Telecom. |